Basisbeginselen - Kleur
![]() |
Een
handig
hulpmiddel bij het gebruik van kleuren is de kleurencirkel. In de driehoek de drie primaire kleuren : rood, geel, blauw. In de cirkel de drie secondaire kleuren : oranje, groen, paars. |
De kleuren die tegenover elkaar in de kleurencirkel staan zijn de complementaire kleuren.
Deze kleuren versterken elkaar en geven een groot contrast b.v groen tegenover rood.
Denk maar aan een enkele rode roos in een groen grasveld...
Gelijksoortige kleuren geven een gevoel van harmonie , tegengestelde kleuren zorgen voor contrast.
Koele kleuren
In het algemeen geldt dat als een toon meer rood of geel bevat het om een warmere kleur gaat.
Heeft de toon een aandeel blauw of lila dan is het een koelere kleur.
Blauw is de koelste kleur, maar de groene en violette kleuren worden ook als koel beschouwd.
Warme kleuren
Warme kleuren geven een gevoel van warmte en geborgenheid.
Als de toon gele , rode, oranje en aardkleuren bevat dan is het meestal een warmere kleur.
Tertiaire kleuren
Bruin en grijs worden tertiaire kleuren genoemd.
Tertiaire kleuren kunnen koel of warm zijn dit is afhankelijk van de het aandeel rood, geel of blauw.
![]() |
![]() |


